4 TERMINALE NIERINSUFFIËNTIE

[Dialyse]

[Wat is Hemodialyse]
[Wie kan met HD worden behandeld?]
[
De plaats kiezen waar u HD ondergaat]
[Toegang voor HD]
[Mogelijke problemen met HD]

[Peritoneale dialyse]
[Hoe gaat PD in zijn werk]
[Wie kan met PD worden behandeld?]
[Vormen van PD]
[Voor- en nadelen PD]
[Toegang voor PD]
[Dialyseoplossing]
[Mogelijke problemen met PD]
[Vragen en antwoorden]

[Vergelijking van dialysemethoden]
[Dieet (dialyse)]
[Onderzoeken (dialyse)]
[Stervensproces en overlijden]

Chronische nierinsufficiëntie verergert vaak van het beginstadium tot terminale (volledige) nierinsufficiëntie, of TNI. Er bestaat geen genezing voor TNI; de beschadiging van de nieren is onomkeerbaar. De behandeling van terminale nierinsufficiëntie bestaat onder meer uit vervanging van de verloren functies van de nieren door dialyse of niertransplantatie.

Er bestaan twee vormen van dialysebehandeling, hemodialyse en peritoneale dialyse.

Dialysepatiënten:

  • regelen hun vochtbalans door de vochtinname (drinken) te beperken;
  • reguleren de hoeveelheden van stoffen, zoals calcium en andere voedingsstoffen die hun
    lichaam moet verwerken, door te letten op de voeding;
  • worden onderzocht om de effectiviteit van hun dialyse te controleren.

Transplantatie is een andere behandelingsmogelijkheid.Dialysepatiënten worden gecontroleerd en/of behandeld door het medische team op een dialyseafdeling. Er worden samenvattingen gepresenteerd die u nog eens rustig kunt doorlezen, over:

  • behandelkeuzen
  • medicatie
  • onderzoeken

Naast de algemene voordelen van bloeddrukverlaging en verminderde belasting van het hart heeft afvallen door dieet en lichaamsbeweging veel specifieke voordelen voor nierpatiënten. Patiënten met overgewicht doen er dan ook goed aan een diëtist te raadplegen.

Dialyse

Nierdialyse is een kunstmatig proces dat de twee belangrijkste functies van gezonde nieren uitvoert : filtratie van het bloed (d.w.z. afvalproducten verwijderen uit het bloed) en de vochtbalans in evenwicht houden door het bloed te zuiveren van afvalproducten en overtollig water te verwijderen.

Als de dialyse gestaakt wordt, overlijdt de patiënt waarschijnlijk binnen enkele dagen of weken.

De twee verschillende vormen van dialyse, hemodialyse (HD) en peritoneale dialyse (PD), werken volgens hetzelfde principe. Bij HD gaat het om een kunstmatige membraan buiten het lichaam van de patiënt. Bij PD gaat het om een natuurlijke membraan in de buik van de patiënt.

Beide vormen van dialyse zijn effectief. Veel patiënten krijgen in de periode van hun leven waarin ze moeten worden behandeld, te maken met beide vormen van dialyse.

Uw klinische toestand is een van de factoren die bepalen welke dialysebehandeling voor u het geschiktst is, maar vaak kunt u kiezen. Probeer zoveel mogelijk informatie te verkrijgen over de verschillende behandelingen en welke voor u op dit moment de beste is. Bespreek ze met uw zorgteam en uw omgeving.

Hoe gaat dialyse in zijn werk?

Dialyse voert twee taken uit die de nieren niet langer kunnen verrichten : verwijdering van afvalstoffen en de vochtbalans in het lichaam in evenwicht houden.

Filtratie van afvalstoffen
Afvalstoffen en overtollig water komen door een proces, diffusie genaamd, van het bloed terecht in een speciale vloeistof, de dialyseoplossing, zodat ze uit het lichaam kunnen worden verwijderd.

1. Een dunne laag natuurlijk weefsel (bij peritoneale dialyse) of plastic weefsel (bij hemodialyse) - de dialysemembraan - scheidt het bloed van de dialyseoplossing (ook wel dialysevloeistof of dialysaat genaamd).

2. Bloedcellen zijn te groot om de dialysemembraan te kunnen passeren, maar afvalstoffen en water kunnen hierdoor wel diffunderen (d.w.z. passeren) naar de dialyseoplossing.

3. De diffusie is voltooid. De afvalstoffen uit het lichaam zijn door de membraan gediffundeerd. Het bloed en de dialyseoplossing bevatten gelijke hoeveelheden afvalstoffen.

De afvalstoffen worden verwijderd door de dialyseoplossing weg te gooien.

Verwijdering van overtollig vocht
Zowel bij hemodialyse als bij peritoneale dialyse wordt overtollig vocht verwijderd door een proces, ultrafiltratie genaamd. Dat proces verloopt bij hemodialyse iets anders dan bij peritoneale dialyse.

Bij hemodialyse wordt het water eenvoudigweg door de kunstnier uit het bloed ‘gezogen’. De hoeveelheid water die tijdens dialyse moet worden verwijderd, kan worden gevarieerd, afhankelijk van de instelling van het toestel.

Bij peritoneale dialyse wordt een stof (meestal glucose) in de dialysevloeistof gebracht, die het water uit het bloed ‘zuigt’ via een proces, osmose genaamd. Een oplossing voor peritoneale dialyse die veel glucose bevat, onttrekt meer vocht dan een minder geconcentreerde oplossing.

Hemodialyse

Hemo is het Griekse woord voor ‘bloed’. Dialyse betekent ‘filtering’. Hemodialyse (HD) betekent dus letterlijk het filtreren van bloed.

Bij hemodialyse wordt de filtratie uitgevoerd in een kunstnier buiten het lichaam.

Een arts maakt operatief een permanente toegang tot de bloedbaan zodat het bloed kan worden omgeleid door een kunstnier en terug het lichaam in. Deze toegang wordt een shunt of graft genoemd.

Hemodialyse kan worden toegepast:

  • op een dialyseafdeling in een ziekenhuis;
  • in een zelfstandig dialysecentrum, waar u doorgaans zelf meer bij de behandeling betrokken bent;
  • thuis, waar u zelf veel meer verantwoordelijkheid draagt voor uw behandelingssessies en flexibeler bent wat betreft het tijdstip waarop elke behandeling wordt uitgevoerd en het aantal dialyses per week.

Voor hemodialyse moeten meestal drie behandelingssessies per week worden uitgevoerd. Elke sessie duurt gewoonlijk 3 tot 4 uur.

Mogelijk moet u uw voedingspatroon aanpassen en de vochtinname beperken om ophoping van afvalstoffen in uw lichaam in de dagen tussen de behandelingssessies zoveel mogelijk te beperken.

  1. Als de toegang tot de bloedbaan een shunt of graft is, worden daarin aan het begin van elke hemodialysesessie een of twee naalden ingebracht. Plastic lijnen die aan deze naalden bevestigd zijn, verbinden die met een speciale filter, de kunstnier. Als u een dialysekatheter hebt (hierbij is een katheter in een groot bloedvat ingebracht), verbinden direct aan deze katheter gekoppelde lijnen die met de kunstnier.
  2. Het bloed verlaat het lichaam via een van de naalden en wordt door de kunstnier gepompt. In de kunstnier bevindt zich een membraan die door diffusie en negatieve druk de afvalstoffen en overtollig vocht verwijdert.
  3. Het gereinigde bloed wordt teruggevoerd naar het lichaam via de andere in de graft ingebrachte naald, of door een lijn in de katheter.
  4. Aan het einde van de sessie worden beide naalden verwijderd (of de lijnen van de katheter).

Er bevindt zich steeds slechts een kleine hoeveelheid bloed (ongeveer 200 ml) buiten het lichaam. Hemodialyse moet meestal drie keer per week worden uitgevoerd. Elke behandeling duurt 3 tot 4 uur.

Wie kan met Hemodialyse behandeld worden

De meeste patiënten met nierinsufficiëntie kunnen met hemodialyse worden behandeld. Wel moet een goede toegang worden verkregen tot de bloedbaan van de patiënt.

  

De plaats kiezen waar u hemodialyse ondergaat

Hemodialysebehandelingen kunnen worden uitgevoerd:

  • op een hemodialyseafdeling;
  • in een zelfstandig dialysecentrum;
  • thuis.

Dialyseafdeling

De meeste hemodialysepatiënten ondergaan hun behandeling op een speciaal ingerichte dialyseafdeling in een ziekenhuis of een zelfstandig dialysecentrum.

De patiënt komt naar de afdeling om daar op het dialysetoestel te worden aangesloten.

Tijdens een dialysebehandeling kan de patiënt zich wel in bed of een ligstoel bewegen, maar niet over de afdeling lopen. Ze kunnen praten met anderen, lezen, televisie kijken, met de computer werken of telefoneren.

Verpleegkundigen op de afdeling zetten de apparatuur klaar, prikken de mensen aan en begeleiden hen tijdens de dialysebehandeling. De meeste afdelingen stimuleren patiënten een actieve rol te spelen bij hun eigen behandeling, zoals zelf de bloeddruk controleren of zichzelf aanprikken. U kunt leren hoe u zichzelf op het dialysetoestel kunt aansluiten en weer loskoppelen.

De patiënten komen volgens een vast schema gemiddeld drie keer per week naar de afdeling.

Zelfstandig dialysecentrum

In een zelfstandig dialysecentrum kunnen de patiënten een actievere rol spelen bij de behandeling. Om de behandeling zelfstandig te kunnen uitvoeren, wordt patiënten een training aangeboden. Zelfstandig of met assistentie van een verpleegkundige wordt het dialysetoestel opgebouwd, ingesteld en gestart. Ook kan de patiënt met assistentie van de partner of een verpleegkundige zichzelf aanprikken en tijdens de dialyse het toestel bedienen.

De patiënten komen volgens een vast schema gemiddeld drie keer per week naar het centrum.

 

 

 

 

 

 

 

Thuishemodialyse

Thuishemodialyse is mogelijk op voorwaarde dat er sprake is van stabiele dialyses. Er zijn verschillende manieren waarop thuishemodialyse kan worden uitgevoerd : met assistentie van de partner, een verpleegkundige of een combinatie van beiden.

Thuishemodialyse geeft de mogelijkheid vaker en langer te dialyseren.

Thuishemodialysepatiënten en, indien van toepassing, hun partner moeten een training volgen.

Thuisdialyse kan drie keer per week worden toegepast terwijl de patiënt wakker is en door iemand anders in huis in de gaten gehouden wordt. Nachtelijke hemodialyse wordt ’s nachts zes keer per week gedurende 8 uur uitgevoerd terwijl de patiënt slaapt en wordt met apparatuur op afstand bewaakt. Patiënten hebben een aanzienlijke vrijheid om te kiezen wanneer ze worden gedialyseerd. Ze hoeven niet naar een dialyseafdeling te komen voor behandeling. Daarom kan thuisdialyse een ideale optie zijn voor patiënten die waarde hechten aan hun onafhankelijkheid of hun behandelingen in een druk schema moeten inpassen.

Voor thuishemodialyse moet in de woning een ruimte zijn en noodzakelijke aanpassingen worden verricht.

Toegang voor hemodialyse

‘Toegang’ verwijst naar de methode waarop het bloed het lichaam kan verlaten, gedialyseerd wordt en terug in het lichaam kan stromen.

Bij hemodialyse worden drie typen toegang gebruikt.

1. Shunt

Een verbinding tussen een slagader en een ader wordt een shunt genoemd. Een dergelijke verbinding wordt onder de huid aangelegd, meestal bij de pols of de elleboog. Om een shunt aan te leggen, is een kleine operatieve ingreep nodig die onder plaatselijke of algehele verdoving uitgevoerd wordt.

Aangezien de bloeddruk in de slagaders hoger is dan in de aders, zet de ader uit wanneer een shunt aangelegd wordt. Na de operatie moet de shunt meestal een zestal weken “rijpen”, d.w.z. groeien en steviger worden. Daarna kan de shunt voor dialyse worden gebruikt.

Wanneer de shunt rijp is, kan de arm waarin de shunt aangelegd is, gewoon worden gebruikt. Wel moeten de patiënten de arm met de shunt beschermen tegen stoten en druk om de shunt intact te houden. Patiënten moeten vooral letten op de volgende aspecten:

  • geen strak zittende kleding of een polshorloge om de betreffende arm dragen;
  • de bloeddruk niet laten opnemen aan de arm met de shunt;
  • geen bloedmonsters laten afnemen uit de betreffende arm (behalve tijdens hemodialyse of met toestemming van de dialyseafdeling);
  • geen zware boodschappentassen dragen met de betreffende arm.

Patiënten moeten elke dag controleren of de shunt functioneert - het wordt voorgedaan hoe dat moet - en onmiddellijk de dialyseafdeling informeren als ze zich zorgen maken dat de shunt misschien niet werkt.

Sommige patiënten met name kinderen of mensen met diabetes hebben bloedvaten die niet sterk genoeg zijn voor een shunt. Zij hebben een permanente katheter nodig als toegang voor hemodialyse.

2. Hemodialysekatheters

Een hemodialyse-(HD-)katheter is een kunststof lijn die ingebracht wordt in een grote ader - meestal in de hals, onder het sleutelbeen of in de lies. Deze korte operatieve ingreep vindt plaats onder algehele of plaatselijke verdoving.

De katheter wordt zo geplaatst dat de ene helft zich in het lichaam bevindt en de andere erbuiten.

Een dubbellumenkatheter als toegang tot de bloedbaan, het meest gebruikte type HD-katheter, heeft twee afzonderlijke kanalen (of lumina) : een om het bloed uit het lichaam af te voeren en een om het bloed na dialyse in het lichaam terug te brengen. Soms wordt in plaats daarvan een enkellumenkatheter gebruikt. De insteekplaatsen voor beide typen zijn dezelfde.

HD-katheters kunnen tijdelijk of permanent zijn. Tijdelijke katheters worden gebruikt om een dialyseperiode te overbruggen (shuntproblemen, wachten op een transplantatie binnen de familie).

Patiënten moeten de katheter droog en schoon houden en ervoor zorgen dat die steeds met een verband afgedekt is. De dialyseverpleegkundige leert de patiënten hoe ze de katheter moeten verzorgen.

3. Graft

Een graft is een zachte synthetische verbindingslijn die gebruikt wordt om een slagader en een ader met elkaar te verbinden. Grafts worden bij mensen geplaatst bij wie de aders te klein of te zwak zijn om een shunt aan te leggen. Ze worden tijdens een operatie aangebracht in een arm of een been.

Mogelijke problemen met hemodialyse

Snelle veranderingen in de bloeddruk
De snelheid waarmee het water tijdens hemodialyse uit het bloed verwijderd wordt, kan een scherpe daling van de bloeddruk veroorzaken. Hierdoor voelen sommige patiënten zich tijdens of na de behandelingssessie onwel. Flauwvallen, braken, kramp, pijn op de borst, prikkelbaarheid en vermoeidheid kunnen voorkomen.

Overvulling (volumeoverbelasting)
Bij hemodialyse kan tussen dialysesessies een aandoening ontstaan die overvulling genoemd wordt. Overtollig water hoopt zich op onder de huid bij de enkels en elders in het lichaam, onder meer bij de longen.

Om overvulling te voorkomen, moeten hemodialysepatiënten hun vochtinname beperken. Dat helpt ook problemen te voorkomen die veroorzaakt worden door snelle lichamelijke veranderingen tijdens de hemodialyse.

De beperkingen voor vochtinname zijn voor hemodialysepatiënten strikter dan voor patiënten met peritoneale dialyse.

Hyperkaliëmie
Hyperkaliëmie wordt veroorzaakt door te veel kalium in het bloed en kan het hartritme verstoren. Ernstige hyperkaliëmie kan ertoe leiden dat het hart stopt met kloppen.

Aan de meeste hemodialysepatiënten wordt gevraagd de inname van voedingsmiddelen met veel kalium te beperken.

Verlies van onafhankelijkheid
Hoewel hemodialysepatiënten ‘dagen vrij’ hebben, ervaren sommigen het als een last een aantal keren per week, het hele jaar door, naar de dialyseafdeling of het dialysecentrum te moeten reizen.

Patiënten die thuis hemodialyse of peritoneale dialyse ondergaan, hebben deze last niet omdat ze thuis behandeld worden.

Via het bloed overgedragen virussen
Sommige patiënten maken zich zorgen dat ze een virusinfectie kunnen oplopen via het bloed, zoals hepatitis B of C, of HIV. Alle dialyseafdelingen nemen maatregelen om patiënten tegen dit gevaar te beschermen. Als u zich ongerust maakt, moet u dit bespreken met het dialyseteam.

Amyloïdose
Renale osteodystrofie is niet de enige oorzaak van botpijn bij patiënten met nierinsufficiëntie. Botpijn kan ook worden veroorzaakt door een aandoening, met name amyloïdose.

Deze aandoening kan zich ontwikkelen een tiental jaar nadat met dialyse begonnen is. De oorzaak is dat zich een eiwit, amyloïd, ophoopt dat niet gemakkelijk door dialyse verwijderd wordt. Dat eiwit wordt afgezet in de gewrichten over het hele lichaam, met gewrichts- en botpijn als gevolg. Er is momenteel geen effectieve behandeling voor deze aandoening, die echter tot op zekere hoogte kan worden stopgezet door transplantatie.

Andere mogelijke problemen met hemodialyse, zoals hieronder beschreven, hangen samen met de toegang.

Shunts of grafts
Niet alle shunts of grafts werken perfect. Sommige ontwikkelen zich nooit tot een ader die groot genoeg is. Sommige functioneren jarenlang prima en houden er dan plotseling mee op. In beide gevallen moet op een andere plaats in het lichaam een nieuwe shunt of graft worden aangelegd. Slechts van een beperkt aantal aders kan een shunt worden gemaakt. Het is belangrijk dat de shunt goed verzorgd wordt.

De toegang kan vooral een probleem zijn voor diabetespatiënten of kinderen omdat hun bloedvaten vaak zeer nauw zijn.

HD-katheters
HD-katheters kunnen minder goed functioneren doordat ze verstopt raken door een bloedstolsel. Als dat het geval is, moeten ze worden vervangen. Slechts een beperkt aantal aders is geschikt om er een katheter in aan te brengen.

Naalden
Als toegang tot de bloedbaan verkregen wordt via een shunt of graft, moeten aan het begin van elke dialysesessie naalden worden ingebracht. Zelfs met lokale verdoving is dat voor sommige patiënten pijnlijk.

Bloeding
Bij sommige patiënten kunnen tijdens of na dialyse bloedingen optreden vanuit de graft. Er zijn tegenwoordig speciale zwachtels verkrijgbaar die de bloeding sneller kunnen laten stoppen. De meeste dialyseafdelingen kunnen die verstrekken of aangeven waar die verkrijgbaar zijn.

Infecties
Het risico bestaat dat tijdens een dialysesessie een infectie opgelopen wordt. Infecties kunnen meestal worden behandeld met antibiotica. Strikte naleving van de hygiënevoorschriften tijdens de voorbereiding van het dialysetoestel en de toegang helpt infecties te voorkomen.

Huidpoortinfecties kunnen optreden waar een dialysekatheter uit de huid steekt. Het gebied rond de huidpoort kan rood worden en ontstoken raken. De infectie kan zich vanuit de poort langs de route van de katheter verder in het lichaam verspreiden. De meeste infecties van de huidpoort reageren echter goed op antibiotica.

Peritoneale dialyse

Peritoneale dialyse (PD) maakt gebruik van het buikvlies (peritoneum), een natuurlijke membraan die de buikholte bekleedt. Er zitten kleine gaatjes in de membraan zodat die werkt als een filter. Afvalstoffen en vocht uit het bloed kunnen hierdoor passeren.

De dialyseoplossing stroomt de buikholte in door een kleine zachte plastic lijn, een PD-katheter. De katheter wordt in de buik ingebracht tijdens een kleine operatie. Ongeveer 15 cm van deze lijn blijft buiten de buik en onder de kleding en hieraan kunnen zakken met dialyseoplossing worden bevestigd. Overtollig water en afvalstoffen uit het bloed worden uit de buikholte over het buikvlies de dialyseoplossing ingezogen. De oplossing wordt elke paar uur verwisseld. Dat proces wordt een wisseling genoemd. De arts schrijft voor hoeveel wisselingen dagelijks moeten worden uitgevoerd, de tijdsduur van elke wisseling en de hoeveelheid en het type dialyseoplossing (dialysaat) dat moet worden gebruikt.

Overtollig vocht en afvalstoffen worden verwijderd in de periode dat het dialysaat zich in de buikholte bevindt. Het is belangrijk dat u alle instructies opvolgt en alle wisselingen voor uw peritoneale dialyse uitvoert zoals voorgeschreven.

Hoe gaat peritoneale dialyse in zijn werk?

Bij peritoneale dialyse worden (net als bij hemodialyse) afvalstoffen uit het bloed verwijderd door een proces, diffusie genaamd.

Overtollig water wordt bij peritoneale dialyse uit het bloed verwijderd door het proces osmose, zoals hier getoond. Een stof (meestal glucose) wordt in het bloed gebracht en ‘zuigt’ het water uit het bloed.

1.    Een dunne laag natuurlijk weefsel (buikvlies of peritoneum) houdt het bloed gescheiden van de dialyseoplossing (ook wel dialysevloeistof of dialysaat genaamd).

2.    De bloedcellen zijn te groot om de halfdoorlaatbare membraan te passeren, maar het water in het bloed wordt door de glucose de dialyseoplossing ingetrokken.

3.    De ultrafiltratie is voltooid. Water is door de glucose via het buikvlies de dialyseoplossing ingezogen. De dialyseoplossing bevat nu extra water en moet worden verwisseld.

Wie kan met peritoneale dialyse worden behandeld?

De meeste mensen met nierinsufficiëntie kunnen door peritoneale dialyse worden behandeld, maar er zijn uitzonderingen:

  • mensen die een zware buikoperatie hebben ondergaan. Door littekenvorming in het buikvlies kan dat ongeschikt worden voor dialyse.
  • mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen. PD-patiënten hebben iemand nodig die hen helpt bij hun dagelijkse behandeling. Onder bepaalde omstandigheden kan het echter mogelijk zijn mantelzorg te organiseren voor patiënten die met PD willen worden behandeld, maar dat niet zelf kunnen uitvoeren. Automatische Peritoneale Dialyse (APD) kan voor deze patiënten een goede oplossing zijn.

Vormen van peritoneale dialyse

Continue Ambulante Peritoneale Dialyse (CAPD)

CAPD wordt handmatig uitgevoerd en kan vrijwel overal worden toegepast. Uit de naam blijkt al duidelijk wat de belangrijkste eigenschappen van deze behandeling zijn.

Continu. CAPD is een continu proces. Het bloed wordt gereinigd zolang oude dialyseoplossing in de buikholte vervangen wordt door verse. Met CAPD vindt dialyse 24 uur per dag, 7 dagen per week, plaats.

Ambulant. ‘Ambulant’ betekent letterlijk ‘lopend’. CAPD-patiënten zitten niet aangesloten op een toestel voor hun behandeling, maar bewegen vrij rond en dialyseren zelfs terwijl ze slapen.

Peritoneaal. Het buikvlies (peritoneum) is de membraan in de buik die gebruikt wordt als dialysemembraan. Het buikvlies fungeert als filter dat afvalstoffen en water uit het bloed verwijdert. De afvalstoffen en het overtollige vocht passeren de membraan naar de dialyseoplossing. Ze worden uit het lichaam verwijderd wanneer de dialyseoplossing geleegd wordt in een uitloopzak.

Dialyse. Het bloed in het lichaam wordt gefiltreerd en gezuiverd van afvalstoffen en overtollig water.

Hoe gaat een CAPD-wisseling in zijn werk?

Het wisselen van dialyseoplossing bij CAPD is eenvoudig. U kunt dit zelf doen nadat een gespecialiseerde CAPD-verpleegkundige u dat geleerd heeft. Deze training duurt meestal 1 tot 2 weken, in het trainingscentrum of bij u thuis.

De basisstappen zijn:

  1. Sluit de peritonealedialysekatheter aan op een lijnenset, een zak met dialyseoplossing en een lege uitloopzak (alles voor eenmalig gebruik).
  2. Laat de oplossing uit de buikholte in de uitloopzak lopen.
  3. Laat verse oplossing in de buikholte lopen door de uitloopzak af te klemmen en de instroom van de nieuwe zak met dialysaat open te zetten zodat de oplossing de buikholte opvult.
  4. Wanneer de nieuwe vulzak leeg is, moet u die afklemmen en loskoppelen.
  5. Gooi de gebruikte oplossing en lijnenset voor eenmalig gebruik weg.
  6. U kunt gewoon doorgaan met uw activiteiten terwijl de oplossing in de buikholte blijft tot de volgende wisseling (ongeveer 4 tot 6 uur).

Een wisseling neemt ongeveer 30 minuten in beslag. De meeste CAPD-patiënten moeten per dag drie tot vijf wisselingen uitvoeren.

Automatische Peritoneale Dialyse (APD)

Automatische Peritoneale Dialyse (APD) wordt ’s nachts uitgevoerd. Een toestel voert de wisselingen uit terwijl u slaapt.

Het APD-toestel regelt automatisch de wisseltijden, laat de gebruikte oplossing uitlopen en vult de buikholte met nieuwe oplossing. Patiënten moeten overdag de oplossing in de buikholte houden. Sommigen moeten overdag een extra wisseling uitvoeren om te zorgen dat ze voldoende gedialyseerd worden.

Hoe gaat APD in zijn werk?

  1. Wanneer de patiënt naar bed gaat, sluit hij/zij de PD-katheter aan op het APD-toestel en schakelt hij/zij het toestel in.
  2. Het APD-toestel voert de wisselingen ’s nachts automatisch uit terwijl de patiënt slaapt. Het toestel meet zorgvuldig de hoeveelheid oplossing die de buikholte in- en uitloopt.
  3. ’s Morgens koppelt de patiënt zich weer los van het toestel.

APD is een eenvoudige procedure. De toestellen zijn gemakkelijk te bedienen en voorzien van ingebouwde veiligheidsvoorzieningen. Ze zijn ongeveer zo groot als een kleine koffer en draagbaar. Ze kunnen overal worden gebruikt waar een elektriciteitsaansluiting is.

Op de dialyseafdeling leert een dialyseverpleegkundige u hoe u CAPD of APD veilig uitvoert. Thuis voeren de meeste patiënten, of iemand die bij hen in huis woont, de behandelingen uit. De patiënten komen wel regelmatig voor controle naar de dialyseafdeling.

Voordelen van PD
Patiënten die een van beide vormen van peritoneale dialyse toepassen, zijn betrekkelijk onafhankelijk en kunnen hun eigen zorg thuis regelen. Continue dialyse houdt in dat 24 uur per dag en 7 dagen per week dialyse plaatsvindt. Dat betekent dat de dialyse effectief is, een goede regeling van de bloeddruk levert en meer variatie in het voedingspatroon en de vochtinname toelaat dan hemodialyse. PD-patiënten voelen zich meestal goed en hebben geen pijn. De meeste volwassenen kunnen 2 tot 3 liter oplossing in de buik hebben zonder daar last van te hebben. Voor PD worden geen naalden gebruikt. Hoewel PD-patiënten voor behandelingssessies niet naar een dialyseafdeling hoeven te komen, is het wel belangrijk dat het door de arts voorgeschreven dialyseschema van drie tot vijf wisselingen per dag aangehouden wordt.

Met enige planning kunnen patiënten moeiteloos reizen voor werk of vakantie.

Nadelen van PD
Voor PD moet een permanente katheter worden aangelegd, wat enig risico op infectie met zich meebrengt.
Er is thuis opslagruimte nodig voor PD-benodigdheden. De zakken met dialyseoplossing worden geleverd in dozen van 4 of 5 stuks; een maandvoorraad kan dus 40 dozen omvatten. Die moeten in een schone, droge ruimte worden bewaard.

Toegang voor peritoneale dialyse

Voor peritoneale dialyse is een toegang tot de buikholte noodzakelijk. Tijdens een kleine operatie, die uitgevoerd wordt onder lokale of algehele verdoving, brengt de arts een zachte plastic lijn in de buik in. Deze lijn wordt een peritonealedialysekatheter (PD-katheter) genoemd en dient als permanente toegang tot de buikholte.

De PD-katheter is ongeveer 30 cm lang en zo dik als een potlood. Ongeveer 15 cm van de lijn blijft buiten het lichaam, zodat de wegwerpdialysezakken hierop kunnen worden bevestigd. De plaats waar de katheter uit het lichaam komt, wordt de huidpoort genoemd.

De katheter wordt meestal net onder en iets naast de navel geplaatst. Uw arts of verpleegkundige bepaalt de juiste plaats van de huidpoort zodat de katheter comfortabel en gemakkelijk onder de kleding kan worden verborgen.

De huidpoort van de katheter wordt meestal afgedekt met een verband en de katheter wordt op de huid gefixeerd om te voorkomen dat aan de huidpoort getrokken wordt.

De PD-verpleegkundige leert u een reeks eenvoudige handelingen om de huidpoort schoon te houden en te verzorgen. Een goede verzorging van de huidpoort is belangrijk om infectie te voorkomen.

Dialyseoplossing

Er zijn verschillende typen dialyseoplossing verkrijgbaar. Zo hangt de hoeveelheid aan het bloed onttrokken water af van de hoeveelheid glucose in de oplossing. Voor peritoneale dialyse zijn zakken verkrijgbaar met dialyseoplossingen van verschillende sterktes. Een zak met een sterke oplossing bevat veel glucose en verwijdert meer water uit het bloed dan een zak met een zwakkere oplossing. De dialyseafdeling schrijft de oplossing voor die voor u het best is.

Andere, in sommige landen verkrijgbare, dialyseoplossingen bevatten onder meer :

·       Icodextrine-(polyglucose-)oplossing

Deze oplossing bevat een glucosepolymeer (een lange ketting van glucosemoleculen aan elkaar) in plaats van gewone glucose. Deze oplossing verwijdert op efficiënte wijze vocht uit het lichaam en kan worden aanbevolen voor PD-patiënten met diabetes of overgewicht. De reden hiervoor is dat het glucosepolymeer in de icodextrineoplossing minder geabsorbeerd wordt door het lichaam dan gewone glucose, zodat ook minder problemen ontstaan met het suikerevenwicht of een gewichtstoename. Van icodextrine is ook aangetoond dat het voordelen heeft voor patiënten die al lange tijd PD ondergaan en bij wie het buikvlies niet zo goed werkt voor dialyse.

·       Aminozurenoplossing

Sommige andere dialyseoplossingen bevatten aminozuren in plaats van glucose. Aangezien aminozuren de bouwstenen zijn van eiwitten en sommige aminozuren in het bloed opgenomen worden, zouden deze dialyseoplossingen ook als voedingssupplementen kunnen dienen. Dialyseoplossingen met aminozuren kunnen nuttig zijn voor patiënten die slecht eten of lijden aan ondervoeding.

·       Bicarbonaat-/lactaatoplossing

Een dialyseoplossing op basis van bicarbonaat/lactaat is ontwikkeld om patiënten te helpen die problemen hebben met het regelen van de zuurheidsgraad in hun lichaam. De oplossing komt sterk overeen met die van het menselijke lichaam (‘biocompatibel’) en aangenomen wordt dat ze het buikvlies van de patiënt niet aantast. De oplossing kan ook goed zijn voor mensen die pijn hebben wanneer de oplossing inloopt.

Mogelijke problemen met peritoneale dialyse

Peritoneale dialyse (PD) verloopt niet steeds probleemloos. Bij patiënten kunnen zich zowel psychische als lichamelijke problemen voordoen, zoals hieronder besproken wordt.

Verantwoordelijkheid
Sommige nierpatiënten krijgen er genoeg van zelf elke dag verantwoordelijk te zijn voor hun peritoneale dialyse. Als dat een probleem is, praat dan met uw dialyseverpleegkundige. Hij of zij kan u wellicht helpen meer flexibiliteit in uw routine in te bouwen.

Lichaamsbeeld
Sommige patiënten met peritoneale dialyse hebben moeite een permanente PD-katheter te accepteren. Ze maken zich zorgen dat de katheter hun seksuele activiteit en de relatie met hun partner kan beïnvloeden.

Dialyseverpleegkundigen kunnen tips geven over hoe de PD-katheter kan worden verborgen. Als gevolg van peritoneale dialyse zwelt de buik vaak op, waardoor die boller wordt.

Overvulling (volumeoverbelasting)
Overvulling (volumeoverbelasting) treedt op wanneer het lichaam te veel vocht bevat. Deze toestand wordt gekenmerkt door een plotselinge gewichtstoename, gezwollen enkels en/of kortademigheid. In het algemeen moeten dialysepatiënten hun vochtinname beperken om overvulling te voorkomen. Wat betreft de toegestane hoeveelheden vocht, zijn peritonealedialysepatiënten over het algemeen flexibeler dan hemodialysepatiënten.

Uitdroging (dehydratie)
Uitdroging (dehydratie) treedt op wanneer het lichaam te weinig vocht bevat. Deze toestand kan worden veroorzaakt door overmatig vochtverlies als gevolg van diarree of zweten en wordt gekenmerkt door duizeligheid, misselijkheid of een plotselinge gewichtsafname. Uitdroging komt bij dialysepatiënten veel minder vaak voor dan overvulling.

Ongemak
Sommige PD-patiënten hebben last van de dialyseoplossing in de buik. Ze voelen zich vol of opgeblazen. Anderen hebben last van rug- of schouderpijn, vooral tijdens de in- of uitloop van de oplossing. In zeer zeldzame gevallen ervaren sommige patiënten ongemak tijdens de inloop van verse oplossing.

Het dialyseteam kan advies geven over hoe ongemak zoveel mogelijk kan worden beperkt of voorkomen.

Slechte uitloop
Een van de meest voorkomende problemen bij peritoneale dialyse, vooral bij nieuwe patiënten, is een slechte uitloop van de dialyseoplossing. De meest voorkomende oorzaken zijn :

Obstipatie
De druk van de dialyseoplossing in de buik kan de darmperistaltiek (darmbewegingen) afremmen, waardoor de kans op obstipatie toeneemt. Door obstipatie kunnen de darmen tegen de katheter duwen en de uitloop belemmeren. Ook kan door obstipatie de katheter in de buikholte verschuiven. Om obstipatie te voorkomen, moeten patiënten met peritoneale dialyse mogelijk hun voeding aanpassen. In sommige gevallen kan de arts een laxeermiddel voorschrijven.

Verschuiving van de katheter
Soms verschuift de PD-katheter naar de verkeerde plaats. De katheter kan vanzelf naar de juiste plaats ‘terugdrijven’. Zo niet, dan kan een kleine operatie of manipulatie via röntgenonderzoek nodig zijn om de katheter op de juiste plaats terug te krijgen.

Lekkage
Bij sommige patiënten lekt rond de huidpoort van de katheter dialyseoplossing naar buiten. Als dat het geval is, moet misschien de hoeveelheid oplossing per wisseling worden verminderd of de peritoneale dialyse tijdelijk gestaakt en gedurende korte tijd hemodialyse toegepast tot de lekkage verdwenen is. Het kan ook nodig zijn een nieuwe katheter op een andere plaats in te brengen.

Bij sommige mensen lekt oplossing in de geslachtsorganen waardoor zwelling ontstaat. Bij mannen wordt dit scrotale lekkage genoemd. Als dat optreedt, moet de peritoneale dialyse tijdelijk worden stopgezet en kan het nodig zijn tijdelijk over te schakelen op hemodialyse.

Huidpoortinfecties
Een geïnfecteerde huidpoort is ontstoken, rood, pijnlijk en scheidt pus af. De infectie kan worden behandeld met antibiotica. Af en toe breidt de infectie zich verder uit naar binnen, langs de katheterlijn door de ‘tunnel’ in de buikwand. Dit type infectie wordt een tunnelinfectie genoemd. In een dergelijk geval kan het nodig zijn de katheter te verwijderen en een nieuwe aan te brengen. Een tijdelijke periode van hemodialyse kan daarbij noodzakelijk zijn.

Infecties voorkómen is uitermate belangrijk. Om de huidpoort goed te verzorgen, moeten patiënten de procedures volgen die tijdens de eerste PD-training besproken zijn. Een goede hygiëne en fixatie van de katheter op de huid als bescherming kunnen de kans op infectie aanzienlijk verkleinen.

Breuk (hernia)
Een breuk (hernia) is een uitstulping van een orgaan (meestal de darm) door de spierwand, waardoor een zwelling ontstaat. Soms wordt een breuk niet opgemerkt wanneer een katheter geplaatst wordt. Dat kan later een probleem leveren door de constante druk van de dialyseoplossing op de breuk waardoor die groter en pijnlijker kan worden. Soms is een operatie nodig om het probleem te corrigeren. In sommige gevallen kan gedurende korte tijd hemodialyse nodig zijn om genezing na de operatie mogelijk te maken. Als alternatief kunnen kleine hoeveelheden PD-oplossing per wisseling worden aangeraden. Tot de patiënten volledig genezen zijn, mogen ze geen zware voorwerpen optillen.

Buikvliesontsteking (peritonitis)
Buikvliesontsteking (peritonitis) is een infectie van het buikvlies, meestal veroorzaakt door bacteriën die via de katheter binnenkomen. Dat kan gebeuren wanneer patiënten de open uiteinden van de verbindingen tussen de zakken met dialyseoplossing en de katheter aanraken. Maar ook als alles goed schoongehouden wordt, kan soms een infectie van buitenaf optreden.

De kans op buikvliesontsteking wordt sterk verkleind als de patiënt de juiste dialyseprocedures volgt. Buikvliesontsteking komt niet zo vaak voor. Gemiddeld kunnen patiënten verwachten dat zich bij hen minder dan één keer per jaar buikvliesontsteking voordoet. Sommige patiënten hebben er helemaal nooit last van.

Buikvliesontsteking is gemakkelijk te herkennen. Normaal gesproken is de dialyseoplossing helder. In geval van buikvliesontsteking wordt de oplossing troebel. Sommige patiënten hebben ook buikpijn en koorts.

Buikvliesontsteking wordt behandeld door antibiotica aan verse dialyseoplossing toe te voegen. Aan sommige patiënten wordt voorgedaan hoe ze dit thuis kunnen doen.

Soms kan een patiënt een aantal keren achter elkaar buikvliesontsteking oplopen. Wanneer dat gebeurt, kan het noodzakelijk zijn de PD-katheter te vervangen en moet de buik ‘rust’ worden gegeven door een vier- tot zestal weken geen peritoneale dialyse toe te passen. Gedurende deze periode moet de patiënt hemodialyse toepassen tot PD hervat wordt.

Herhaalde buikvliesontsteking kan het buikvlies beschadigen en de efficiëntie van de dialyse verminderen. Als dat het geval is, moet de patiënt voor langetermijnbehandeling overschakelen op hemodialyse.

Effectiviteit van het buikvlies
Bij een klein aantal patiënten kan de functie van het buikvlies als effectieve dialysemembraan verloren gaan. Hiervoor is een aantal mogelijke oorzaken aan te wijzen, onder meer herhaaldelijk optredende infecties of het effect van de glucose in de dialyseoplossing.

In dat geval is het wellicht noodzakelijk peritoneale dialyse te ondersteunen, en op termijn permanent te vervangen door hemodialyse.

Vragen en antwoorden

HOE LEERT EEN PATIËNT PERITONEALE DIALYSE UITVOEREN?
Gedurende 1 tot 2 weken wordt de patiënt in het dialysecentrum getraind en kan in zijn of haar eigen tempo de handelingen aanleren. De training wordt gegeven door een lid van het dialyseteam. De patiënt wordt begeleid door een team van een arts, een verpleegkundige, een maatschappelijk werker en een diëtist.

WAT IS EEN PERITONEALEDIALYSEKATHETER?
Een dunne zachte lijn, een zogenaamde katheter, wordt ingebracht in de buikholte tijdens een kleine chirurgische ingreep. De katheter heeft een diameter van ongeveer 6 mm. Een klein stukje van de katheter bevindt zich buiten het lichaam. Het grootste deel bevindt zich in het lichaam. Door de kleine opening kan de dialyseoplossing het lichaam inlopen. De katheter wordt niet verwijderd tussen de behandelingen. Katheters kunnen jaren meegaan, mits ze goed verzorgd worden. De katheter verlaat het lichaam onderaan in de buik, ongeveer 3 cm onder en naast de navel. Deze plek wordt de ''huidpoort'' genoemd. De exacte plaats wordt in overleg tussen patiënt en arts vastgesteld, zodat de katheter comfortabel kan worden gedragen en eenvoudig verborgen onder de kleding.

HOE MOET DE PERITONEALEDIALYSEKATHETER WORDEN VERZORGD?
Er is geen verband nodig om de katheter af te dekken. Als het gebied rondom de katheter eenmaal genezen is, moet dit worden schoongehouden. Dat kan tijdens het douchen. De katheter wordt meestal met een stukje tape op de buik bevestigd. De meeste patiënten raken snel gewend aan de kleine katheter en hebben er geen last van in het dagelijkse leven.

HOEVEEL OPLOSSING KAN EEN PATIËNT IN DE BUIK VERDRAGEN?
De gemiddelde volwassene kan 2 tot 3 liter oplossing in de buik hebben zonder daar last van te hebben. Als een patiënt net begint, wordt wat druk gevoeld wanneer de oplossing inloopt, maar dat gevoel verdwijnt snel. Een PD-wisseling is niet pijnlijk. Wel neemt meestal het middel wat in omvang toe door het extra vocht.

WAAR KAN EEN CAPD-WISSELING WORDEN UITGEVOERD?
Een patiënt kan thuis of op reis een wisseling uitvoeren. Een tafel, een bureau of zelfs een auto kan als ruimte voor de wisseling worden gebruikt. Een wisseling uitvoeren duurt ongeveer 30 minuten. Tijdens de wisseling kan een patiënt gewoon bezig blijven met kleine dingen, zoals televisie kijken, telefoneren, werken aan een bureau of lezen.

WAAR KAN EEN PATIËNT APD ONDERGAAN?
Het APD-toestel wordt naast het bed geplaatst en de wisselingen vinden plaats terwijl de patiënt slaapt. Het toestel is niet zwaar en kan worden meegenomen naar bijvoorbeeld een vakantiebestemming.

WELKE COMPLICATIES KUNNEN ZICH VOORDOEN?
Infectie is het meest voorkomende probleem. Sommige patiënten krijgen nooit een infectie, anderen juist vaak. Een patiënt wordt geleerd hoe de eerste tekenen van een infectie kunnen worden herkend. De meeste infecties worden poliklinisch met antibiotica behandeld.

KAN EEN PATIËNT REIZEN?
Een patiënt kan in binnen- en buitenland reizen. Het dialysepersoneel kan helpen met namen, adressen en telefoonnummers van andere dialysecentra en artsen in de omgeving voor back-up. Zij verzorgen ook de medische gegevens voor het dialysecentrum op de plaats van bestemming.

KAN EEN PATIËNT NORMAAL BEWEGEN EN SPORTEN?
De meeste sporten kunnen gewoon worden beoefend. Veel PD-patiënten wandelen, joggen, fietsen, tennissen, etc. Sporten waarbij druk op de buik uitgeoefend wordt, kunnen beter niet worden gedaan.

HOE KRIJGT EEN PATIËNT HET MATERIAAL THUIS?
De benodigdheden worden regelmatig, meestal maandelijks, bij de patiënt aan huis afgeleverd. De chauffeur zet de spullen bij aflevering netjes in huis neer. Een PD-patiënt heeft wel bergruimte nodig.

Vergelijking van dialysemethoden

Beide dialysemethoden zijn even effectief. Er zijn echter wel verschillen. Hemodialyse werkt bijvoorbeeld sneller dan peritoneale dialyse en hoeft daarom alleen in korte sessies te worden uitgevoerd. Peritoneale dialyse moet elke dag worden uitgevoerd. In onderstaande tabel worden de verschillen samengevat.

 

 

Peritoneale dialyse

Hemodialyse op afdeling/in centrum

Hemodialyse thuis

Thuisdialyse mogelijk

Ja

Nee

Ja

Mogelijkheid dialysesessies te plannen op tijdstippen die uitkomen

Ja

Nee

Ja

Gemakkelijk andere patiënten te leren kennen en regelmatig te ontmoeten op afdeling/in centrum

Nee

Ja

Nee

Noodzaak thuis te beschikken over apparatuur/voorraden

Ja

Nee

Ja

Special dieet en vochtbeleid

Ja

Ja

Ja

Deelname aan meeste sporten en activiteiten mogelijk

Ja

Ja

Ja

Dagelijkse activiteiten volledig kunnen uitvoeren (b.v. werk of school)

Ja

Soms

Ja

Hulp van familielid/partner nodig

Nee

Nee

Ja

Reizen mogelijk

Ja. Benodigdheden kunnen op de meeste vakantiebestemmingen worden geleverd. Er moeten wel regelingen worden getroffen.

Ja. Ruim van tevoren moeten wel regelingen worden getroffen om op de vakantiebestemming HD-faciliteiten te vinden.

Ja. Ruim van tevoren moeten wel regelingen worden getroffen om op de vakantiebestemming HD-faciliteiten te vinden.

Dieet (dialyse)

Dialyse is een kunstmatige manier om de taken van de nieren uit te voeren, maar kan de natuurlijke efficiëntie van de nieren niet vervangen.

Als u dialyse ondergaat, moet u zorgvuldig letten op uw voeding.

Alle informatie over de voeding voor patiënten in het beginstadium van nierinsufficiëntie geldt ook voor dialyse- en transplantatiepatiënten en dan in het bijzonder de informatie over kalium, fosfaat en natrium.

Gewichtsverlies is een probleem dat vooral reden tot bezorgdheid geeft bij nierinsufficiëntie. Gewichtsverlies treedt meestal op doordat patiënten onvoldoende eiwitten en energierijke voedingsmiddelen eten. Ondervoede mensen verliezen gewicht en spiermassa. Ondervoeding kan ontstaan bij patiënten die hemodialyse of peritoneale dialyse ondergaan. Diëtisten controleren nierpatiënten op tekenen van ondervoeding.

Overgewicht kan praktische problemen veroorzaken bij mensen die dialyse ondergaan. Te dikke mensen kunnen problemen hebben met de toegang voor hemodialyse. Hun aders kunnen te zwak of te lastig te bereiken zijn, waardoor het moeilijk wordt hieruit een graft te maken.

Peritoneale dialyse werkt minder goed voor patiënten met een dikke of opgezette buik.

Patiënten met overgewicht moeten advies inwinnen bij een diëtist.

Afvallen geneest nierinsufficiëntie niet, maar heeft wel aanzienlijke gunstige effecten voor de gezondheid.

Sommige patiënten hebben geen eetlust meer. Mogelijk wordt u gevraagd uw voedselinname te verhogen om ondervoeding te voorkomen.

Let vooral op specifieke aspecten van het dieet en de voeding, zoals de inname van ijzer, fosfaat en calcium, kalium, eiwitten, natrium en vitaminen, wat hieronder besproken wordt.

Raadpleeg uw diëtist als u vragen hebt over onderdelen van uw voedingspatroon als nierpatiënt.

IJzer

Veel mensen met nierinsufficiëntie hebben bloedarmoede. Een van de oorzaken van bloedarmoede is een te laag ijzergehalte in het lichaam. Als dat het geval is, moet u mogelijk hiervoor geneesmiddelen innemen.

Fosfaat en calcium

Fosfaat en calcium hebben invloed op de gezondheid van de botten. Wanneer iemand aan nierinsufficiëntie lijdt, is het calciumgehalte in het lichaam vaak te laag en het fosfaatgehalte te hoog.

De behandeling voor nierpatiënten heeft tot doel de calciumspiegels in het bloed te verhogen en de fosfaatspiegels in het bloed te verlagen. Dat kan worden bereikt door het fosfaatgehalte in de voeding te beperken, goede dialyse en inname van een fosfaatbinder bij de maaltijd.

Het is echter moeilijk de fosfaatinname te beperken zonder ook de eiwitinname te verlagen.

Kalium

Als de kaliumspiegels in het bloed te hoog (of te laag) zijn, kan het hart ophouden met kloppen. De diëtist probeert te achterhalen of een patiënt iets eet waardoor een hoge kaliumspiegel ontstaat. Het kan voor hemodialysepatiënten van belang zijn kaliumrijke voedingsmiddelen (zoals chocolade) te vermijden en inname van andere kaliumbevattende voedingsmiddelen (zoals bananen) te matigen.

Peritonealedialysepatiënten hoeven zelden hun kaliuminname te beperken.

Eiwitten

Eiwitten zijn essentiële voedingsstoffen die het lichaam in staat stelt spierweefsel op te bouwen en zichzelf te herstellen. Eiwitten helpen het lichaam ook infecties te bestrijden. De belangrijkste eiwitbronnen in onze voeding zijn vlees, vis, zuivelproducten, eieren en groenten, zoals erwten, bonen en linzen. Lage eiwitspiegels kunnen leiden tot ondervoeding, vasthouden van vocht en een afname van het vermogen van het lichaam om infecties te bestrijden.

Wanneer eiwitten verteerd worden, ontstaan afvalstoffen die in het bloed terechtkomen. Een van deze afvalstoffen heet ureum. Normale gezonde nieren kunnen ureum goed verwijderen. Slecht functionerende nieren kunnen dat niet goed; toch moeten nierpatiënten eiwitten blijven eten.

Wanneer het weer tijd wordt voor dialyse, hebben sommige patiënten niet zoveel honger als normaal en bepaalde voedingsmiddelen, vooral vleesproducten, kunnen ‘raar’ smaken. Speciale voedingssupplementen kunnen deze patiënten helpen toch voldoende eiwitten binnen te krijgen.

Het is zeer belangrijk het advies van de diëtist voor eiwitinname op te volgen.

Natrium

Hemodialysepatiënten hebben vaak meer beperkingen voor vochtinname dan patiënten met peritoneale dialyse en moeten daarom zeer voorzichtig zijn met zout omdat ze dorst kunnen krijgen door zoute voedingsmiddelen.

Vitaminen

Vitamine B en C gaan verloren tijdens de dialyse. Uw dokter kan vitaminesupplementen in tabletvorm voorschrijven.

Onderzoeken (dialyse)

Als bij u een risico op nierinsufficiëntie bestaat, beoordeelt de arts uw algehele gezondheid aan de hand van standaard bloed- en urineonderzoek en andere onderzoeken. De volgende specifieke onderzoeken worden vaak uitgevoerd om nierziekte vast te stellen of te controleren hoe goed de nieren of dialysebehandelingen werken, vooral onderzoeken op adequaatheid.

Adequaatheid

Dit is een algemene term die verwijst naar het goede (of slechte) functioneren van de dialyse. Adequaatheidsmetingen geven aan of voldoende vocht en afvalstoffen uit het bloed verwijderd worden. PD-patiënten moeten gedurende 24 uur zowel hun PD-oplossing als urine bewaren. Het dialyseteam geeft aan hoe deze monsters voor onderzoek moeten worden meegebracht.

Bij hemodialysepatiënten worden in de kliniek bloedmonsters afgenomen.

De resultaten van het adequaatheidsonderzoek bepalen de vereiste hoeveelheid dialyse. Als gevolg van dat onderzoek kan het nodig zijn het dialysevoorschrift aan te passen.

PET

De Peritoneal Equilibrium Test (PET) wordt uitgevoerd bij patiënten die behandeld worden met peritoneale dialyse. De test meet hoe snel afvalstoffen en vocht tijdens de dialyse uit het bloed verwijderd worden. Deze test is belangrijk om de doorlaatbaarheid van het buikvlies te bepalen. De test duurt 4 uur. Er worden monsters dialyseoplossing afgenomen en een bloedonderzoek uitgevoerd.

Resterende nierfunctie

Wanneer u voor het eerst met dialyse begint, kunnen uw nieren nog functioneren maar niet voldoende om u gezond te houden. De resterende nierfunctie varieert per patiënt.

Hoe langer de patiënt nog wat nierfunctie overhoudt, hoe gezonder hij of zij zal zijn. Na verloop van tijd neemt de resterende nierfunctie waarschijnlijk af en verdwijnt die uiteindelijk bij veel patiënten met nierinsufficiëntie. Naarmate de resterende nierfunctie verder afneemt, wordt het voorschrift voor dialyse aangepast om de verminderde werking te compenseren. De resterende nierfunctie wordt beoordeeld aan de hand van de creatinineklaring.

Stervensproces en overlijden

Wanneer nierinsufficiëntie de fase bereikt waarin dialyse of transplantatie noodzakelijk wordt, houdt weigeren van een dergelijke behandeling in dat de patiënt zal overlijden. Dat kan binnen enkele dagen of weken plaatsvinden, afhankelijk van de resterende nierfunctie.

Een patiënt kan besluiten te overwegen zich niet te laten behandelen. Het is de verantwoordelijkheid van het medische team dergelijke patiënten en hun omgeving te adviseren en hen bij te staan in hun beslissing.

Dialyse uitproberen

Sommige patiënten besluiten misschien dialyse gedurende enkele weken of maanden uit te proberen, wat hun in staat stelt zowel de positieve als de negatieve kanten van een leven met dialyse te beoordelen en een geïnformeerde keuze te maken. Het geeft patiënten ook de tijd hun zaken te regelen en conflicten op te lossen, of afscheid te nemen van familieleden die in het buitenland verblijven.

Besluiten niet met dialyse te beginnen

Er kunnen goede medische én persoonlijke redenen zijn om niet te dialyseren. De mogelijkheid om dialyse te weigeren, kan bijvoorbeeld een verhulde zegen zijn voor iemand die niet meer aan kanker kan worden geopereerd.

De dialyse staken is geen ongebruikelijke oorzaak van overlijden bij mensen die al lang nierpatiënt zijn, in het bijzonder bij ouderen.

Een patiënt die besluit geen behandeling te ondergaan, of de behandeling te staken nadat die gestart is, krijgt advies. Het medische team bespreekt uitvoerig de gevolgen van deze beslissing met zowel de patiënt als de familie.

Het medische team steunt de beslissing van de patiënt zolang ze ervan overtuigd zijn dat het een keuze is op basis van volledige informatie. Het is verstandig dat patiënten hun keuze kenbaar maken aan verwanten en artsen voor het geval ze dat later niet meer kunnen. Dat kan het geval zijn wanneer de patiënt bewusteloos is na een beroerte of anderszins geestelijk niet in staat is te beslissen.

Soms weigeren patiënten behandeling, maar veranderen van gedachten, wat volledig te begrijpen en aanvaardbaar is. Iedere patiënt heeft het recht, wanneer dan ook, van gedachten te veranderen.

Voor sommige patiënten die denken dat ze geen dialyse willen, is het nuttig de behandeling uit te proberen. Op deze manier krijgen ze een idee van wat de behandeling inhoudt voor ze een definitief besluit nemen.

Het medische team verstrekt de juiste geneesmiddelen aan een patiënt die behandeling weigert of besluit die te staken. Deze geneesmiddelen houden de patiënten rustig en pijnvrij tot het moment van overlijden. Het team verleent in deze periode steun aan de patiënt en de familie. Als de patiënt besluit naar huis te gaan om te sterven, verwijst het dialyseteam de patiënt en de familie naar thuiszorg die hen steun en hulp kan bieden.

Behandeling staken na transplantatie

Hoewel een succesvolle transplantatie de best mogelijke levenskwaliteit biedt voor een patiënt met nierinsufficiëntie, is die niet zonder risico’s. De zware geneesmiddelen die gebruikt worden om afstoting te voorkomen, kunnen leiden tot infectie en kanker, waaronder ernstige vormen van kanker en lymfoom.

Een van de behandelingen tegen lymfoom is de toediening van immunosuppressiva (afweeronderdrukkende geneesmiddelen) te staken of te verminderen. In dat geval wordt de nier afgestoten en moet de patiënt weer dialyseren.

Het voordeel van dialyse ondergaan is dat de patiënt kan kiezen wanneer hij of zij niet langer wil leven en kan besluiten de behandeling te staken.

Overlijden aan nierinsufficiëntie

Gemiddeld kunnen patiënten die redelijke hoeveelheden urine produceren, 2 tot 6 weken overleven met onbehandelde terminale nierinsufficiëntie. Patiënten die weinig of geen urine produceren, kunnen 10 tot 14 dagen overleven.

De verschijnselen die in de laatste dagen vóór het overlijden aan nierinsufficiëntie wellicht moeten worden bestreden, zijn onder meer misselijkheid, spiertrekkingen en benauwdheid. Soms is er sprake van onrust en verwardheid. Pijn is meestal geen ernstig probleem.

 

LEEFWIJZE

Het feit dat uw nieren slechter functioneren, houdt in dat u dagelijks geconfronteerd wordt met lichamelijke en medische problemen en u uw leefwijze sterk moet aanpassen. Het is alleen maar natuurlijk dat u zich verwart, gefrustreerd, verdrietig, boos of depressief voelt door wat er met u gebeurt.

Het dialyseteam kan u helpen te leren omgaan met deze emoties en de problemen die uw ziekte binnen uw relaties kan veroorzaken.

Zij kunnen u helpen uw aandoening te accepteren, ermee te leren leven en door te gaan met uw leven. Denk eraan dat, hoewel uw nieren niet goed meer werken, u nog steeds aan sport en lichaamsbeweging kunt doen, kunt reizen en anderszins een productief en prettig leven kan leiden.

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top

top